zondag 30 september 2012

Letse literatuur in Nederlandse vertaling: aanvulling


BALTISCHE LITERATUUR IN DE LAGE LANDEN: AANVULLING


In Ons erfdeel (vol. 39 (1993), No. 3, pp. 453-455) publiceerde ik in het artikel ‘Baltische literatuur in de Lage Landen’ een overzicht van alle in boekvorm verschenen Nederlandse vertalingen uit de Estse, Letse en Litouwse literatuur die me toen bekend waren. Dit overzicht van vertalingen (tot 1993) bevat in ieder geval één omissie: een roman van de Letse auteur Rihards Valdess (pseudoniem van Rihards Bērziņš; 1888-1942). Het gaat om de volgende uitgave: Richard Valdess, Mannen van de zee. Roman uit het Letlandsche zeemansleven, vertaald door J. Rating (Den Haag: J. Philip Kruseman, z.j.). De catalogus van de Koninklijke Bibliotheek geeft 1947 als verschijningsjaar aan.
      Het boek moet vertaald zijn naar de Duitse uitgave: Richard Valdess, Männer am Meer. Roman aus dem lettischen Seemannsleben (Riga: Ernst Plates, 1936). De Nederlandse vertaling is bijzonder omdat J. Rating een pseudoniem is van J.K. Feijlbrief (1876-1951), die bekender is als romanschrijver onder zijn andere pseudoniem: J. van Oudshoorn.

Jan Paul Hinrichs

| Zie de blog van 27 juni 2012 voor het artikel ‘Baltische literatuur in de Lage Landen’.

zaterdag 29 september 2012

Vizma Belševica: Twee gedichten (Vertaling)


VIZMA BELŠEVICA

VREDE OP AARDE

Boven de groene velden de tederheid van herfstmist.
Geen verte. Geen hemel. Zwarte bomen
huilen witte tranen. Stil hangt een bedauwde tak,
op geluk wachtend in een sprakeloze glans,
en de vogels – dichte knoppen – in die tak
gaan niet open voor de vlucht, vergeten
honger, alle vogelzorgen,
en mezelf ben ik vergeten. Rondom zo’n traagheid
dat het lijkt:
     vrede op aarde,
     in mensen een welbehagen.






REQUIEM VOOR EEN BOERDERIJ

Een appelboomkruis, kaalgevreten door elanden.
Molm van rottende draagbalken.
Daaronder rust mijn kindertijd
met de felle zon van bosweiden,

een herderin op blote voeten,
daar, onder de ruïnes van de stal.
Kijk niet.
Verweesd drieblad baant zich een weg
over wat ooit weiden en akkers waren,

op het vroegere pad achter in de tuin
ooit door  koekoeken beweend –
zo sijpelen blauwe tranen van de takken
over een vertwijfeld rechte stam.

Kijk maar niet hoe de kreupele berk
sinds je jonge jaren met mos is begroeid.
Ik wilde je mijn kindertijd aanreiken,
niet een weggemaaide vogel in mijn hand.

Wend je gezicht af, tot de vergeefs geopende
deur der herinnering in het slot valt.
Hier is niets geweest.
Hier is niets.
Wilde zwijnen en moerassen voor elanden.


Uit het Lets vertaald door Jan Paul Hinrichs



| Eerder gepubliceerd in Jan Paul Hinrichs, Lege sokkels. Een reis naar Riga (Leiden: Plantage/G&S, 1991), p. 36, pp. 59-60. Gewijzigde tekst.

Tekst bijgewerkt voor een voordracht op de Baltische Culturele Middag van de Nederlands-Baltische Vereniging op zaterdag 17 november 2012 in Museum Oud Soest, Soest. Zie het bericht van 12 november 2012 voor een vertaling van vier andere Letse gedichten die op die middag zijn voorgedragen.

Opnieuw gepubliceerd, in boven gepubliceerde versie, onder de titel 'Twee Letse gedichten' in Baltische wijzer 23 (2014), nr. 88, pp. 19-20. 

Trefwoorden: Miers virs zemes | Rekviēms sētai | Letse literatuur  |Letse gedichten | vertalingen