donderdag 27 juni 2013

Nicolaas van Wijk en Ivan Toergenjev


N. VAN WIJK ALS TOERGENJEV-VERTALER

In zijn Geïllustreerde geschiedenis der Russische letterkunde (Amsterdam 1926, p. 157) rekent N. van Wijk ‘Het verhaal van Vader Aleksej’ tot Ivan Toergenjevs ‘meesterstukken van psychologie en artistieke uitbeelding’. In zijn Geestelik leven en letterkunde in Rusland gedurende de negentiende eeuw (Zeist 1920, pp. 34-35) had hij de inhoud van dit verhaal, waarin een pope de levensgeschiedenis vertelt van zijn door de duivel belaagde zoon, reeds uitvoerig samengevat. Hij noemt het hier een ‘voorbeeld van Toergenjev’s meesterschap over de taal’.
     De Groninger Universiteitsbibliotheek is in het bezit van een separate uitgave van Toergenjevs Het verhaal van Vader Aleksej in de vertaling van Van Wijk. Het kleine, 26 pagina’s tellende geniete cahier met een dun rood kaftje verscheen in 1932 bij Van Gorcum & Comp. te Assen als vijfde deel in de reeks Van Gorcum’s Volksboekerij en tevens als Premieboekje No. 5, bijlage van het tijdschrift Kerk en Wereld, No. 47, d.d. 18 november 1932.
     Al bijna een halve eeuw wist dit boekje aan de aandacht der bibliografen te ontsnappen. Vertalingen zijn noch in de Van Wijk-bibliografie door P.C. Paardekooper en C.H. van Schooneveld (zie Zeitschrift für slavische Philologie 18, 1942, pp. 124-161), noch in de aanvullingen en correcties daarop van Jos Schaeken (zie de bundel Nicolaas van Wijk (1880-1941). A Collection of Essays on his Life and Work, Amsterdam 1988, pp. 147-149) te vinden.
     Het is de vraag waarom Van Wijk juist dit weinig bekende, en wat mij betreft ook weinig indrukwekkende, uit 1877 daterende verhaal van Toergenjev heft vertaald. Een antwoord ligt al in bovenstaande citaten uit Van Wijks boeken besloten: hij was, zelf zoon van een dominee en gefascineerd door de mystiek van de Russisch-Orthodoxe kerk, blijkbaar zeer op dit verhaal over Jakob, de zoon van de pope, gesteld.
     Steeds is Van Wijk in zijn boeken en opstellen blijven vasthouden aan de opvatting dat de Russische letterkunde de Russische werkelijkheid uitbeeldt. Speciaal voor personages met de ‘brede natuur’, die hij ook in levende Russen meende te ontdekken, had hij belangstelling. Confrontaties met duivels hoorden in zijn visie misschien ook bij die ‘brede natuur’. Zo verklaarde hij in zijn Geïllustreerde geschiedenis… (p. 169) over Dostojevski: ‘Het ontzagwekkendste, wat hij als psycholoog heeft gepresteerd, is wellicht het gesprek van Iwan Karamazow met zijn eigen duivel […].’

 Jan Paul Hinrichs

| Eerder verschenen in Het Oog in ’t Zeil 7 (1990), No. 5/6, p. 68.
 

Zie verder over dit onderwerp: Jan Paul Hinrichs, Vader van de slavistiek. Leven en werk van Nicolaas van Wijk 1880-1941 (Amsterdam: Bas Lubberhuizen, 2005), p. 174, p. 344.

_____________________________________________________________
| Klik op het label hieronder voor een overzicht van meer berichten over Nicolaas van Wijk op deze blog.

 




 
 

vrijdag 21 juni 2013

Georgi Markov: Essays (Recensie)

EEN NIEUW BOEK VAN GEORGI MARKOV

De Bulgaarse schrijver en balling Georgi Markov (1929-1978) kluisterde in de jaren 1971-1978 wekelijks miljoenen landgenoten aan de radio met zijn uitzendingen voor de Bulgaarse dienst van de BBC, Radio Free Europe en de Deutsche Welle. Zijn dodelijke kritiek op het orthodox-communistische regime in Bulgarije zorgde voor het motief van de moord op Markov die als de Londonse ‘paraplumoord’ geschiedenis heeft gemaakt. In Het Oog in ’t Zeil van oktober 1991 schreef ik over deze moord én over Markovs ‘radio-essays’ die in 1980-1981 in twee delen in Züriuch verschenen onder de titel Zadotsjno reportazji za Bulgarija (Reportages over Bulgarije in absentia). Een belangrijk onderdeel van dit boek vormt het hoofdstuk ‘Ontmoetingen met Todor Zjivkov’, de partijleider die in 1989 ten val kwam en waarschijnlijk persoonlijk de opdracht tot de moord heeft gegeven. In 1990 werd het boek voor het eerst ook in Sofia gepubliceerd.
     Kort na het verschijnen van het artikel ontving ik uit Bulgarije een nieuw boek van Markov: Kogato tsjasovnitsite sa spreli. Nozi zadotsjni reportzaji za Bulgarija (Wanneer de horloges zijn gestopt. Nieuwe reportages over Bulgarije in absentia; Sofia, Uitgeverij P.K. Javorov, 1991). Op ruim driehonderd bladzijden staan ‘reportages’ die niet zijn gebundeld in het eerder genoemde werk, dat, alhoewel het postuum verscheen, nog door Markov zelf schijnt te zijn samengesteld. Dit boek is samengesteld door Dimitur Paoenov. In een voorwoord beschrijft Stefan Tsanev een bezoek aan het huis van de weduwe van Georgi Markov in Londen. Op Markovs oude zolderkamer ziet hij diens archief en een Bulgaarse schrijfmachine waar nog een blad in zit, het laatste dat door Markov is getikt en dat er nooit is uitgehaald.
     De hoofdstukken van Kogato tsjasovnitsite sa spreli hebben een gemiddelde lengte van drie bladzijden: de omvang van een hoofdstuk is bepaald door de duur van een radio-uitzending. De stukken laten zich lezen als een kroniek van West- en Oosteuropese literatuur, cultuur en politiek van de jaren zeventig. Terwijl het eerdere boek vooral herinneringen aan Bulgarije bevat, staan in het nieuwe werk reacties op actuele boeken, films en toneelstukken uit het internationale repertoire. Markov is enthousiast over Solzjenitsyn, Saul Bellow, Ionesco en Handke. Kritisch is hij over Alberto Moravia en John Updike.
     Het blijkt dat de graag uitgaande Markov een verwoed filmliefhebber was. Geen waardering toont hij voor regisseurs als Pasolini en Antonioni. Toen hij nog i Bulgarije woonde, keek hij naar Antonioni omdat diens werk ‘anders’ was. Eenmaal in het Westen schaamde hij zich voor zijn vroegere enthousiasme: dat gold volgens hem ‘infantiele dialoog’, ‘pretentieus dom spel van de camera’, ‘middelmatige gemaniëreerdheid’. Vol lof is hij voor de Duitse regisseurs Werner Herzog en Fassbinder.
     Markov analyseert ook voortdurend de beeldvorming in het Westen van de socialistische wereld. Tijdens de Olympische Spelen van 1976 in Montreal zat hij twee weken voor de televisie. Terwijl het Westen juichte over de gouden medailles van de Roemeense turnster Nadia Comaneci, vervulden haar prestaties en die van andere ‘socialistische’ sportlieden hem met gemengde gevoelens. Het ging hier immers om een propagandastunt van het totalitarisme waarvoor veel sportlieden met een vergalde jeugd moesten betalen. ‘Wanneer ik de Bulgaarse zware atleten zie, die ongelooflijke gewichten heffen, denk ik aan de Bulgaarse kunst, die vandaag het gewicht heeft van niet meer dan een veer.’
     Hoeveel oog Markov ook voor het criminele karakter van het Bulgaarse regime heeft, de Bulgaar mocht er niet mee geïdentificeerd worden. Het is een bittere ironie van het lot dat het latere slachtoffer van de paraplumoord verklaart: ‘… het is mij volledig onbegrijpelijk hoe en waarom Fleming zijn romans over James Bond heeft kunnen bevolken met Bulgaren die duistere zwijgzame moordenaars zijn, blinde wapens van andermans wil.’
     Markov betreurt het dat Bulgarije geen enkele naam van een schrijver, kunstenaar of componist heeft voortgebracht die algemeen bekend is. Er was een paraplumoord voor nodig om uiteindelijk toch zo’n naam te produceren, die van hemzelf. Maar in het Westen is deze bekendheid meer met het sensationele karakter van de moord verbonden dan met Markovs geschriften die, hoe belangwekkend ze ook zijn, slechts in kleine kring bekendheid genieten.
     Hoe weinig bekend Markov is, bewijst het zojuist verschenen boek Literary Exile in the Twentieth Century. An Analysis and Biographical Dictionary (ed. Martin Tucker, New York, Greewood Press, 1991). Op de bladzijden 462-463 staat een lemma over Markov waarin als zijn geboortejaar abusievelijk 1920 wordt genoemd. De bibliografie omvat vier titels die in de jaren 1974-1987 in Sofia zijn uitgegeven. De redactie heeft zich blijkbaar niet afgevraagd hoe het mogelijk was dat het communistische regime in Bulgarije de publicatie van het werk van zijn grootste criticus toestond. Het gaat dan ook om boeken van een ándere Georgi Markov, een schimmige literatuurprofessor.

 Jan Paul Hinrichs

| Eerder gepubliceerd in Het Oog in ’t Zeil 9 (1992), nr. 3, p. 72.

Zie voor een ander stuk over Georgi Markov het bericht van 13 april 2012.

Trefwoorden: paraplumoord Георги Марков Когато часовниците са спрели

woensdag 12 juni 2013

A Russian psalter in Leiden

A RUSSIAN PSALTER FROM THE LIBRARY OF ‘UN FAT ET PLAGIAIRE’

Whether or not the polyglot Scaliger had some knowledge of Russian or Old Church Slavonic remains a question. He used the Slavic equivalents of the word ‘god’ in order to determine language groups,[1] but there is no proof of his capability to read these languages.[2] Nevertheless, in his inheritance we can find three Old Russian manuscripts (Scal. 24B, 38 and 74). Apparently these manuscripts were not closely examined by anyone for a long time after they had become property of Leiden University Library after the death of Scaliger in 1609. The descriptions in the catalogue from 1716 are considerably contracted in comparison with those of Arabic and Hebrew manuscripts, for instance.[3] Only in the 19th century when the Slavic philology was developing, the manuscripts were studied by specialists. However, it did not result in publications. The library form pasted into Scal. 24B shows that this manuscript was read by I.I. Sreznevskij (1812-1880), professor of St Petersburg University, in 1875. In 1888 it was studied by Alexander Brückner (1856-1939), Polish professor from Berlin, who organized in 1913 a protest against the nomination of Nicolaas van Wijk (1880-1941) as the first professor of Slavic languages in Leiden University.[4] Apparently Van Wijk himself did not examine these manuscripts. Only in the second half of the twentieth century the manuscripts Scal. 38B and Scal. 74 lead to dissertations in the Netherlands.[5]
     I am not aware of any study that has been dedicated especially to Scal. 24B. The descriptions given by Molhuysen[6] are likely to be based on the information which was provided by Sreznevskij and is written in the manuscript. For the texts of the psalms (ff. 7-143) take up the biggest part of its 166 folia, the sixteenth century manuscript could be identified as a psalter.[7] Apart from that, it comprises astrological advice on agriculture, chronological facts of Slavic history, the Cyrillic alphabet, prayers, a sheet of parchment with the signs of zodiac on it and a calendar, and a letter of the grand prince Vasily III (1479-1533) about the conclusion of a commercial treaty.
     Scaliger might have acquired this manuscript due to his interest in chronology. Also, the other two Old Russian manuscripts from his collection contain chronological information. The provenance of these manuscripts is unknown. But we know that Scal. 24B used to belong to Friedrich Lindenbrog (1573-1648), a philologist and collector from Hamburg who entered the University of Leiden as a student of law in 1594.[8] Scaliger called Lindenbrog ‘un fat et plagiaire’.[9] Probably the reason for that was that Lindenbrog published an edition of Statius’ s works that Scaliger had wished to bring on the market himself.

Jan Paul Hinrichs



NOTES

[1] See J.P. Mallory and D.Q. Adams, The Oxford introduction to Proto-Indo-European and the Proto-Indo-European world (Oxford 2006), p. 4.
[3] See Catalogus librorum tam impressorum quam manuscriptorum Bibliothecae Publicae Universitatis Lugduno-Batavae (Lugduni apud Batavos 1716), p. 340-341, p. 411.
[4] See Jan Paul Hinrichs, Nicolaas van Wijk (1880-1941) : slavist, linguist, philanthropist (Amsterdam 2006), p. 101.
[5] See Van den Baar, op. cit., and W.R. Veder, The Scaliger Paterikon, 1: Palaeographic, linguistic and structural description  (Zug 1976).
[6] P.C. Molhuysen, Codices Scaligerani (praeter Orientales) (Leiden, 1910), p. 6.
[7] See Ch. Mejer, ‘Slavjanskie rukopisi Lejdenskoj universitetskoj biblioteki v Niderlandach’, Archeografičeskij ežegodnik za 1977 god (Moskva 1978), p. 261.
[8] Album studiosorum Academiae Lugduno Batavae MDLXXV-MDCCCLXXV : accedunt nomina curatorum et professorum per eadem secula (Hagae Comitum 1875), p. 39.
[9] Harm-Jan van Dam, ‘Filoloog en dichter in Leiden’, in H.J.M. Nellen and  J. Trapman (eds.), De Hollandse jaren van Hugo de Groot (1583-1621): Lezingen van het colloquium ter gelegenheid van de 350-ste sterfdag van Hugo de Groot (’s-Gravenhage, 31 augustus-1 september 1995) (Hilversum 1996), p. 80.

 
| Eerder verschenen in: In: Arnoud Vrolijk & Kasper van Ommen (eds.), “All my books in foreign tongues”. Scaliger’s Oriental legacy in Leiden 1609-2009. Catalogue of an exhibition on the quatercentenary of Scaliger’s death, 21 january 2009 (Leiden: Leiden University Library, 2009), pp. 87-89 (Kleine publicaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek; 79).

 | Klik op het label hieronder voor een overzicht van meer berichten over Nicolaas van Wijk op deze blog.

zondag 9 juni 2013

Het geboortehuis van Jan Wolkers: zes foto's



HET GEBOORTEHUIS VAN JAN WOLKERS


Deze foto's zijn genomen op 29 september 2012. Het geboortehuis van Jan Wolkers, Deutzstraat 7 te 

Oegstgeest, stond op de Open Huizendag van de makelaars te koop voor € 450.000,--.
Voorzijde | Foto © Jan Paul Hinrichs
Gepubliceerd in De Parelduiker 18 (2013), nr. 3, p. 62.




Uitzicht vanaf eerste verdieping op Deutzstraat | Foto © Jan Paul Hinrichs


Uitzicht vanaf eerste verdieping op het huis van de opa van F.B. Hotz op de Geversstraat |
Foto © Jan Paul Hinrichs
Gepubliceerd in De Parelduiker 18 (2013), nr. 3, p. 63.
Uitzicht op buurhuizen vanaf tweede verdieping | Foto © Jan Paul Hinrichs




Uitzicht op buurhuizen vanaf tweede verdieping | Foto © Jan Paul Hinrichs


Uitzicht op buurhuizen en de punt van de Mauritskerk vanaf tweede verdieping |
Foto © Jan Paul Hinrichs


| Zie het bericht van 9 maart 2017 voor meer foto's van het geboortehuis van Jan Wolkers.

| Zie onderstaande publicatie voor meer informatie over Oegstgeest als thema in de literatuur.



Jan Paul Hinrichs, De poëzie van een enclave.
Amsterdam: De Wilde Tomaat, 2017.
 isbn 978 90 824288 6 5.
Verkrijgbaar bij de boekhandel.
www.dewildetomaat.nl